Vrolijk vogeltje getekend voor een wit naambordje aan een woonhuis. Het moest een ‘modern’ vogeltje uit een koekoeksklok worden en losjes getekend.
Ik beskerm ‘t langd
ik beskerm ‘t langd
‘t zout teuge de hôgte
fier sting ik an de waterkangt
bij nattigheid en drôgte
op mij ken je vertrouwe
as ik bij stormvloed
‘t water sting weg te douwe
zongder skroom en ôvermoed
maar mocht ik gaan verlieze
van een woeste zee
den hew ik niets vrieze
maar neem jou d’r in mee
(c) Arthur Wigbout
Kijk,
ze loopt
Achter dijk
en hoopt
Hoor,
ze stopt
Door,
in haar tas gestopt
Verrukt,
oh’s en ah’s
Ze bukt
en in de tas
Vrij,
in de zoute aarde
Vindt zij,
stenen van waarde
Kom,
om weer te gaan
Wederom
Spoel maar aan,
spoel maar aan
(c) Arthur Wigbout
Scherven
Langs de zoute waterlijn,
in gedachten verzonken
Vanwaar de scherven zijn,
hoe hebben ze geklonken
Doorzichtig glas, gebroken,
hier rustig aangespoeld
Ooit lekker aan geroken,
in handen is gevoeld
Gesleten glas in groen
van flessen, soms liefkoost
In een verre tijd van toen
waar ooit mee werd geproost
Op zoek naar scherven glas
tussen het droge wier
Speurend in een trage pas
naar stukjes voor de sier
Het Wad, vol van verlangen
maakt mensen melancholiek
De scherven zijn gevangen
in een breekbaar mozaïek
(c) Arthur Wigbout,
opgedragen aan Carina
Twee zonen
Gedicht van Arthur Wigbout, in enigszins Wieringer dialect. Bedacht tijdens een wandeling langs de dijk met de honden. Ter plekke handig in de iPhone gezet en thuis met een tekening luchtig gemaakt.








